Teken ik...

Ik in de wereld.... ik wil de wereld leren kennen, ik kijk, ruik, proef, hoor  en voel de wereld... waar sta ik?

Dit filmpje is samengesteld uit tien kleine filmpjes met ieder een eigen onderwerp. (zie hieronder)
Er zijn een paar regels: voeten staan op een grondlijn, ogen van de tekenaar ALTIJD op de horizon. De horizon is een vast gegeven, eenmaal getekend staat die vast. Grondlijnen veranderen door te gaan wandelen... En omdat ogen op de horizon blijven en de grondlijn kan veranderen, wordt je in de tekening kleiner naarmate de grondlijn dichter bij de horizon getekend wordt. Als je weet waar de ogen staan en waar de voeten dan weet je hoe lang je bent... En dan heb je de maat der dingen... Alles is afgemeten aan mijn eigen lengte, aan mijn eigen ervaring.

Ik in de wereld: onderdeel 'zover kan ik kijken'

Ik kijk met mijn ogen naar de wereld. Als ik de wereld om me heen teken dan teken ik hoe ik die wereld waarneem; ik teken vanuit mijn positie. En de wereld ziet er heel anders uit als ik 1meter 10 ben of 1 meter 80... de horizon is de grens. De grens tussen hemel en aarde.

Ik in de wereld: onderdeel 'ogen op de horizon'

Ik teken vanuit mijn positie: met mijn voeten op de grond en mijn ogen op de horizon. Dat mijn ogen altijd ter hoogte van de horizon staan, kun je proefondervindelijk uitproberen.

Ik in de wereld: onderdeel 'mijn voeten op de grond(lijn)'

Ik teken vanuit mijn positie: met mijn voeten op de grond en mijn ogen op de horizon. Loop ik het land in dan verschuift de grondlijn dichter naar de horizon toe. Steeds dichter...totdat mijn voeten samenvallen met mijn ogen...op de horizon ben ik een punt.

Ik in de wereld: onderdeel 'ik en mijn nichtje'

De eerste regel is dat de ogen van de waarnemer, de tekenaar, op de hoogte getekend wordt van de horizon. Echter, niet alle ogen hoeven op de horizon; mijn nichtje is een stuk kleiner en zij is niet de waarnemer, tekenaar. Mocht zij wel de waarnemer, tekenaar zijn dan zou haar ogen op de horizon liggen en ik zou een heel eind boven die horizon uitsteken.
De tweede regel: voeten op de grond.

Ik in de wereld: onderdeel 'ik en de familie'

Ik neem de wereld door mijn waar. Als ik de wereld om me heen teken dan teken ik vanuit mijn gezichtspunt. Daarmee loopt de horizon door mijn ogen. Andere mensen kunnen groter of kleiner zijn, als ik die teken steken ze boven mij uit of zijn ze kleiner: hun ogen staan dan niet op de horizon.

Ik in de wereld: onderdeel 'ik ben de maat'

Met mijn ogen op de horizon en mijn voeten op de grond, ben ik de maat van alle dingen om me heen. Ik ben 1.80 meter lang en kan gemakkelijk bij de bovenkant van de deur. Sta ik op mijn tenen dan kan ik het plafond aanraken en daarmee weet ik hoe hoog mijn huisje moet zijn. Ik ben bij een flinke boom even breed als de stam dik is, de eerste takken kan ik meestal net aanraken...

Ik in de wereld: onderdeel 'de verbouwing'

Ik ben en blijf de maat der dingen. Mijn lengte wordt bepaald door. De grondlijn en de horizon, ook als ik de trap op ga.

Ik in de wereld: onderdeel 'het vakantiepark'

Het principe van perspectief; uitgaande van het mannetje (van 1.80meter lang) met zijn ogen op de horizon en zijn voeten op de grond, teken ik op de voorgrond alles groot en in de verte wordt alles kleiner.

Ik in de wereld: onderdeel 'puntdak'

Een zolder onder een puntdak... Als die dan toch nog gebouwd moet worden dan wel zo dat ik op zolder kan staan...

Ik in de wereld: onderdeel 't weggetje'

Hoe lang je zelf bent is niet zo belangrijk. Wat wel heel handig is dat jouw lengte bruikbaar is. Ik ben een meter tachtig. Een mooi bloemetje aan de andere kant van het pad. Op mijn buik liggend ruik ik aan het bloemetje. Zo ontdek ik dat het pad een meter tachtig breed is... Het pad blijft natuurlijk overal even breed als ik lang ben...