Advies & Scholing

Scholing, workshops, lezingen, begeleiding, coaching, advies… altijd op maat

De verbeelding aan de macht!

Schaf een uurtje gezellig knutselen af. Vrij-tekenen is onzin. Kleurplaten zijn therapie. Leuke dingen maken nog geen mooi onderwijs. Werkjes zijn voor de leerkrachten en ouders … 

Mooi beeldend onderwijs gaat uiteindelijk altijd over ‘verbeelden’, ‘kennismaken met kunst en cultuur’ en ‘reflecteren’, afgestemd op de ontwikkeling van leerlingen.  

 

Waar het over kan gaan …

Het kan gaan over … kerndoel ‘verbeelden’.

Verbeelden gaat over zichtbaar maken van eigen gedachten, eigen gevoelens en eigen ervaringen: het verhaal van het kind. Verbeelden is de zoektocht naar wie ik ben ten opzichte van mijzelf en ten opzichte van de ander.  Onderwijs dat het kind raakt, doet het kind leren. Kunstonderwijs raakt per definitie omdat verbeelden over de maker zelf gaat.

Het gaat dus over eigen gedachten, eigen gevoelens en eigen ervaringen zichtbaar maken. Het woord ‘eigen’ bepaalt dat beoordelen van het werk van kinderen onmogelijk is. Het werkstuk gaat immers over mijzelf en ik ben per definitie oké. 

Niet alles is geslaagd, sterk, sprekend of doordacht. Hier liggen begeleidingsmogelijkheden van de leerkracht. Een leerkracht die kinderen uitnodigt de zoektocht voort te zetten, te scherpen, te nuanceren. In een kunstdossier kun je de zoektocht documenteren, zo is de ontwikkeling te volgen.

Zichtbaar maken van gedachten, gevoelens en ervaringen betekent tekenen, schilderen, bouwen, construeren... Kinderen moeten met (open maar controleerbare) opdrachten uitgenodigd worden hun verhaal te vertellen.

Een verbeeldende instructie is een instructie die mogelijkheden toont. Door het zien van combinaties en variaties wordt het kind uitgenodigd het bestaande verder te verkennen of nieuwe wegen in te slaan. Het schept ruimte te veranderen, te nuanceren, te scherpen. 

Dus we gaan open en controleerbare verbeeldende opdrachten formuleren bij jaarthema’s, bij projecten, bij andere vakken. We maken bij de opdrachten verbeeldende instructies en dat op de verschillende niveaus van de basisschool. 


Het kan gaan over … kerndoel ‘kennismaken met kunst en cultuur’.

De wereld van de mens speelt zich binnen groepen af. Het begint binnen het gezin, dan de school, de wijk, het dorp/ de stad etc. Vanuit de groep wordt zichzelf en de wereld verkend. De gebruiken, eisen, regels van die groep moeten gekend worden om in de groep te kunnen functioneren. De cultuur leren kennen is daarmee de basis van het onderwijs, op weg naar goed burgerschap. Het is niet verwonderlijk dat de centrale vraag binnen het kunstonderwijs hierop aansluit: wie ben ik ten opzichte van de ander? 

Kunst toont ons wat wij als gemeenschap belangrijk vinden, toont ons de vragen van de gemeenschap, laat ons de keerzijde zien, stelt de discussie op scherp, zoekt grenzen op  …  

Kunst en cultuur liggen in de wijk op straat voor het oprapen. Dus moeten kinderen naar buiten en zich gericht kunst en cultuur toe-eigenen. Door kunst te verbinden aan eigen gedachten, eigen gevoelens en eigen ervaringen is de kans groot dat de kunstuiting gewaardeerd wordt. Waarde aan iets toekennen, maakt dat je er zuinig op bent. 

Dus we gaan naar buiten en inventariseren de schoolomgeving op (cultuur) uitingen en koppelen daar verbeeldende opdrachten aan. Door met het hele team (met leerlingen!) een kunstcanon samen te stellen, wordt een leerlijn (school)cultuur concreet en zichtbaar: dat wat wij belangrijk vinden, geven we door . Verbind aan de kunstwerken verbeeldende lessen en je verbindt de buitenwereld (cultuur) aan de leefwereld van kinderen. 


Het kan gaan over … kerndoel ‘reflecteren’.

Reflecteren betekent ‘nadenken over’. Omdat gedachten onzichtbaar en vluchtig zijn is een concreet kunstwerk nodig; een en ander is aanwijsbaar, ‘controleerbaar’ en daarmee navolgbaar. 

Reflecteren op eigen of andermans werk (kunst) maakt reflecteren min of meer veilig: je vertelt wat je ziet en wijst aan: kijk daar ... Je koppelt jouw ervaringen, jouw gedachten en jouw emoties aan wat je ziet.  Zo communiceer je via het kunstwerk. Het gaat wel en niet over jezelf. Kunst neemt je op deze manier in bescherming. 

Interessant is dat iedereen met andere ogen kijkt en andere ervaringen, gedachten en gevoelens heeft bij een hetzelfde werk. Als het lukt de ander mee te nemen in jouw verhaal, wordt de wereld van de ander groter, de waarneming scherper. Je leert elkaar kennen, je leert jezelf kennen. 

We gaan met elkaar oefenen in kunstkijken. Beschrijf het werk eerst ‘objectief’ en koppel er daarna eigen gedachten eigen gevoelens en of eigen ervaringen aan. We leren door het reflecteren op kunst elkaar kennen. 


Het kan gaan over … ontwikkeling van kinderen.

Kleuters experimenteren, spelen met materialen en rommelen wat aan. Ze ontdekken en verwonderen zich al doende over de sporen die ze achterlaten. Het plezier in ‘het bezig zijn’ hebben kinderen van nature (spelen). Kleuters zien in hun werk echter hele verhalen. Abstracte kunst is door het associatieve vermogen voor kleuters toegankelijk; zij zien hun eigen verhalen in dat werk. 

 

 

 

 

 

Langzaam maar zeker ontstaan vaste vormen: het spinnetje, de koppoter als mens; een vierkant met een driehoek als huis, een ‘V’ als vogel: de werkelijkheid wordt in schema’s gevangen. Dat wat belangrijk is, wordt weergegeven, de rest wordt weggelaten.

De rol voor de leerkracht ligt in het uitbreiden van de schema’s. Uitbreiden door details/ nuances bij kinderen bewust te maken. Brievenbussen worden bijvoorbeeld interessant door postbode te spelen en de straat te voorzien van lieve briefjes. Het spelletje ‘belletje trekken’ kun je organiseren en de bel zie je terug in het werk. 

De hele middenbouw van de basisschool staat in het teken van schema’s uitbreiden. Het werk wordt steeds gedetailleerder, rijker, natuurgetrouwer, ‘mooier’. In de bovenbouw willen de leerlingen ‘mooi’ werk leveren. Mooi in de zin van ambachtelijk en prettig om naar te kijken. Aan het eind van groep acht willen kinderen bijna fotografisch de werkelijkheid kunnen weergeven.

Nu pas heeft een technische instructie zin. Een instructie die tot begrip van de werkelijkheid moet leiden. Perspectieftekenen aanleren met verdwijnpunten leidt bijvoorbeeld niet tot begrip, ook al hebben generaties leerlingen het zo voorgeschoteld gekregen. 

We gaan aan het werk. We inventariseren onderwerpen die altijd terugkomen. Eén onderwerp, acht uitwerkingen op het niveau van de leerling uit een bepaalde groep. We kunnen lastige materialen pakken of juist de meest gangbare.  Al werkend kom je alle mogelijkheden en moeilijkheden tegen die zich kunnen voordoen. 


Het kan gaan over … leren tekenen (technisch) = leren waarnemen.

Mensen zijn in het leven van kinderen belangrijk. Mensen tekenen is lastig als je niet weet hoe het moet. Sommige dingen moet je gewoon leren. Je hebt soms de techniek nodig om tot verbeelden te kunnen komen.  Het worstenmannetje is een methode die gegarandeerd resultaat op levert. 

We doorlopen de leerlijn ‘mensfiguren tekenen’ om 1. zelf het tekenen in de vingers te krijgen, 2. morgen in de klas meteen aan de gang te kunnen. Iedereen kan na afloop (op basisschoolniveau) mensfiguren tekenen.


Perspectief leren tekenen gebeurt in de bovenbouw van de basisschool. Het gaat over voeten op de grondlijn en de ogen (van de tekenaar) op de horizon. Zo heb je jezelf als maat der dingen. Zo kan je beredeneren hoe groot, breed, lang iets is. Verdwijnpunten als hulpmiddel om perspectief te leren tekenen is een truc. Een onmogelijk te begrijpen truc. Jezelf als uitgangspunt nemen leidt tot begrip en alles wordt in verhouding weergegeven.

We doorlopen de leerlijn ‘perspectieftekenen’ en komen tenslotte uit bij het kronkelweggetje met bomen en huizen. Iedereen kan na afloop op basisschoolniveau perspectieftekenen. Vandaag geleerd morgen in de klas.


Het kan gaan over …een theoretisch kader onder het kunstonderwijs

Kunstonderwijs op de basisschool gaat vanuit de literatuur over ‘verbeelden’ (Barend van Heusden), ‘denken door te doen’ (Jelle Jollis), de kerndoelen (Overheid), de ontwikkeling van kinderen (Michael Parsons), creatief denken (Igor Byttebier), de taxonomie van verbeelden (Peter Nillson) en  Basisvoorwaarden - het creatieve klimaat - (Hans van de Braak).

Een samenhangend 'college' vanuit pedagogisch denken met voorbeelden uit de praktijk en activiteiten tussendoor vanuit een tiental bronnen, om beeldend onderwijs op de basisschool onderbouwen en borgen. Met Sir Ken Robinson zeg ik: ‘de universiteit begint niet bij de kleuters, het begint bij de kleuters!’ 


Het kan gaan over …creativiteit.

Denken in mogelijkheden, associëren, uitstel van oordeel, waarnemen en verbeeldingskracht zijn vaardigheden die bij alle vakken belangrijk zijn. Creatief denken is door de vaardigheden te oefenen, te ontwikkelen.

We doen 101 oefeningen. Alle vaardigheden komen aan de beurt. De oefeningen duren meestal niet lang en zijn ideaal als tussendoortje in de klas tussen de ene en de andere les. Vandaag gedaan, morgen in de klas. 

Creativiteitsontwikkeling is een onderdeel van beeldende vorming. Creativiteitsontwikkeling is geen vervanging van beeldende vorming, het is er een onderdeel van. Creativiteit heeft met denken te maken, beeldend met doen. Kinderen leren door te doen.


Het kan gaan over … kunst en andere vakken (integratie van vakken)

Bij vak integratie moeten didactiek en uitgangspunten van de verschillende vakken zichtbaar zijn; het ene vak mag niet gebruikt worden als de illustratie van het andere. Ze ondersteunen elkaar volwaardig. 

 

 

 

De vakdidactiek van rekenen bijvoorbeeld zegt dat rekenen en wiskunde begint bij ervaren. Het concrete niveau - in het model van de ijsberg- gaat aan het semi en het formele vooraf. Dus laten we kinderen wiskundige begrippen als lengte, omtrek, oppervlakte, evenwijdige lijnen ervaren. 

De opdracht vanuit de kunst is bijvoorbeeld: maak jouw lievelingsdier die op reis gaat op strakke manier van werken van Mondriaan. Ga naar het plein en zet jouw dier uit op de tegels (omtrek), schilder het dier (oppervlakte), vergelijk de touwtjes (lengte) die gebruikt zijn (evenwijdige lijnen) etc. 

Geschiedenis heeft ‘de historische sensatie’; aardrijkskunde multi-perspectivisch kijken, natuur heeft een onderzoekende houding, techniek … We spelen de Engelse zeeoorlogen na en bevriezen het slagveld en terloops maken we ‘grote getallen’, ‘schatten’ en ‘ordenen’ zichtbaar.

Kunst is de moeder van alle vakken. Kunstonderwijs is gericht op het ontdekken van de wereld: de wereld van wiskunde, de wereld van taal, de wereld van geschiedenis, de wereld van aardrijkskunde… al doende.

We zoeken naar de kernen van de vakdidactiek en uitgangspunten van de vakken en met de kernen en uitgangspunten gaan we ontwerpen vanuit het beeldende: spelen, ontdekken, onderzoeken, ervaren en beleven als grondhouding. 

Het gaat altijd over … plezier.

Voor leren is een 'leeg' hoofd nodig. Plezier maakt ruimte in het hoofd. Lachen zorgt voor ontspanning.

Met plezier wordt leren spelen. De functie van spelen is in de ontwikkeling tot mens te leren hoe de wereld in elkaar zit. 

Kunst maken en spelen liggen in elkaars verlengde.


Het gaat altijd over …  verhalen.

Ik heb kinderkunstwerken en die vertellen verhalen. Verhalen over het denken, het voelen en de ervaringen van leerlingen. Door het werk van de leerling leer je de leerling en de wereld van de leerling kennen. 

Patricia is mijn nichtje. Wij koken samen. Ze heeft mij getekend in de keuken. Ze heeft geen deurtjes getekend voor mijn kasten, ze was onder de indruk van zoveel flesjes. In de oven brandt het vuur als bij een kachel. Mijn schort is in werkelijkheid een sloof. Zo beleefde Patricia ons kookfeestje.

Als leerkracht is dit werk het startpunt om verder de keuken in te gaan, allerlei verschillende schorten uit te proberen, rommel achter deuren verstoppen/ 'opruimen', ... het staat niet vast hoe verder te gaan.


Het gaat altijd over … kleuters.

Ik werkte vijf jaar als kleuterleerkracht in een achterstandswijk; wat heb ik daar veel (af)geleerd. Kleuters moeten bewegen, spelen: horen niet vast te roesten in de kring. Kinderen komen aan elkaar, schreeuwen soms, en kunnen soms zo moe zijn dat ze omvallen … en de rol van de leerkracht is het leren met kennis van zaken zo aan te bieden dat het spelen lijkt.


Het gaat misschien wel over …een vakdocent.

Na de huidige aandacht voor muziekonderwijs (met dank aan koningin Maxima) komt beeldend aan de beurt. Dan kunnen er vakdocenten nieuwe stijl opgeleid worden. 

Ik denk aan een vakleerkracht in elk schoolteam dat het team aanstuurt. Niet alleen organisatorisch maar vooral inhoudelijk gericht op de kerndoelen, de ontwikkeling van leerlingen en de cultuur van de school.

De leerkrachten doen zelf de lessen en de vakdocent werkt in de klas mee. Zo leren leerkrachten van elkaar, met elkaar. Zo wordt genieten een drijfveer.

De vakleerkracht is de ‘expert’ en gaat met andere experts (rekenen/wiskunde, natuur & techniek, geschiedenis etc.) zoeken naar vak integratie. Waar kan beeldend volwaardig ingezet worden als ondersteuning van het andere vak (en andersom).